| | | |  
Interview Piet vd Meer: marktkoopman in hart en nieren

Sponsor menu

Bijzondere gebeurtenissen

Van de bestuurstafel



WWW ARENDSKERKE.NL




Score, jan 2012

Hij komt niet zo vaak bij de voetbalvereniging als hij zou willen. Want op zaterdag, de wedstrijddag, staat hij in de Snuffelschuur in Eindewege. Uit liefde voor het dorp. Piet van der Meer (68) is misschien wel verknocht aan ’s Heer Arendskerke en Eindewege. En aan de markt.

Het is een jaar of 25 geleden dat Piet en zijn vrouw Dwin van Den Haag naar Eindewege verkasten. Een hele omschakeling, maar dat wordt goedgemaakt door de rust die hier heerst, zegt Piet. Dat was niet de hoofdreden om naar Zeeland te verhuizen. ,,Er was hier werk op de markt. Daar begonnen met de verkoop van huishoudelijke artikelen. En naderhand kwamen er stofzuigerzakken bij. Daarna zijn we geswitcht naar tafelzeil en dat verkopen we nog steeds. In het begin reisden we zeven dagen in de week heel Zeeland door. Goes, Middelburg, Axel, Hulst, noem maar op. En stonden we op de zomer- en seizoensmarkten. Nu? Nu staan we nog twee dagen in de week op de markt, dinsdags (Goes) en donderdags (Middelburg). Dat is genoeg. Ik ben nu 68; ik mag stoppen, maar dat doe ik niet. Die twee dagen blijf ik gewoon werken. Ik doe het voor de lol. Als je grote verwachtingen hebt, is het vaak niet leuk meer. Als ik wat geld verdien, is het mooi meegenomen. Maar als je daar achteraan moet jagen, word je zenuwachtig.’’

,,Wat we nu aan spullen bij ons hebben, is de helft van wat we vroeger hadden. Dus we bouwen langzaam af. We hebben best veel vaste klanten. Het leuke er van is: mensen komen nog steeds vragen: heb je stofzuigerzakken? Terwijl ik die al heel lang niet meer heb. Echt ongelofelijk. Ik heb nu ook anti-slipmatten en borstelwerk. Dat zijn dan borstels die je niet in de winkel kunt kopen, die laten we speciaal maken. Er kwam er eens een vrouw bij de kraam. Zegt ze: ik wil graag een borstel hebben om tussen de tenen te poetsen. Heb ik een speciaal borsteltje laten maken en er vijftig à zestig van ingekocht. Ze kwam nooit meer terug, haha!’’

Terug naar het begin. Het huis in Eindewege is al vijftien jaar in bezit van de familie Van der Meer als de Hagenaars daadwerkelijk er hun intrek in nemen. Voor die tijd werd het gebruikt als vakantiehuis, vertelt Dwin. Het duurt dan ook niet lang voordat Piet ‘kennismaakt’ met de voetbalvereniging. ,,Ik wilde hier gaan voetballen met mijn zoon Constant. Toen we hier kwamen, dacht ik: we gaan eens even kijken. Maar ik zag eigenlijk niets. Ja: een groen hokje, een soort bouwkeet. Ik dacht: wat moet ik nou hier? Voetballen? Dus daar is niets van gekomen.’’

,,Arendskerke is altijd een heel gezellige club geweest.  Andere clubs hebben me wel eens benaderd om te sponsoren, maar ik vind dit genoeg. Ik ben maar een klein ondernemertje, heb maar een klein budget. Ik heb Kees van de Kreeke met zijn motor ook een beetje gesponsord. En af en toe die ik het bij de cross nog. Ik ben maar een amateursponsor. Ik zit dan wel in de sponsorcommissie, maar dat ‘bedelen’, aan mensen vragen of ze sponsor willen worden, dat ligt me niet zo.’’

Wie nu op dinsdag over de Goese markt loopt, kan de kraam van Piet en Dwin vinden in het midden vinden. Pratend met klanten of uitrustend op een stoel, achter het tafelzeil. Piet: ,,Ik heb vroeger ook suikerspinnen en een donutmachine gehad. Die suikerspinnen- en popcornmachine heb ik nog maar die haal ik alleen nog uit de kast als er iets te doen is. Bij de voetbal heb ik vroeger ook gestaan. Op woensdagmiddag toen de broers De Nooijer die training kwamen geven. Eerst wilde-ie geen donuts, toen had ie het in de gaten en wilde hij ook een zak voor zijn broer hebben, want die was ziek. Gèrard, of die andere. Ik houd ze niet uit elkaar.’’

Was de markt vroeger goede handel, tegenwoordig is dat wel anders. In de jaren dat Piet meedraait, heeft hij opgemerkt dat Goes als markt een eind is achteruit gegaan. ,,Hetis een slechte markt geworden. Er wordt haast geen omzet meer gedraaid. En dat geldt voor heel veel collega's. Het koopgedrag is anders geworden.’’ Internet en het winkelbestand eromheen helpen daarbij niet mee. ,,Denk je niet dat winkelbedrijven een stukje van ons afpakken? De Action, Lidl, Aldi, met al die dingetjes erbij. Dat zijn eigenlijk marktartikelen. Nu nemen de toeristen alles mee. Terwijl er veel uit hun land komt! Die anti-slipmatten komen uit Duitsland. En die Duitsers kennen het niet! Ze brengen het gewoon terug... en het stond erop hoor: made in Germany. Heel raar. En dan zeiden we wel: het komt uit Duitsland. Maar dat konden ze niet begrijpen.’’

,,Wij moeten het van de toeristen hebben. Duitsers, Belgen. Niet van onze plaatselijke bevolking. Er zijn er wel bij die blijven kopen, maar dat is toch minder. Je moet in de zomermaanden sparen voor de winter. Doe je dat niet, dan houd je het niet vol. Iedereen denkt dat ik een goed verkooppraatje heb, maar dat heb ik niet. Als je goede spullen hebt, verkoopt alles zich vanzelf. En een goede prijs! We doen nu: tafelzeilen voor vijf euro. Hoeven we ons niet druk te maken. Alhoewel, er is een winkel in Goes, die is nog goedkoper dan wij. Snap ik niet. Zo'n dure winkel om te huren! Dan snap ik niet dat ze onder de vijf euro kunnen zitten. Welke? Ja, dat ga ik niet vertellen...!

Startpagina
Naar boven
Vorige
Volgende Mail de redactie